Dierenartsen Dier en Dongen

Behandeling op de praktijk, hoe gaat dat in zijn werk?

Moet ik mijn teef laten steriliseren?

Sterilisatie van de teef is een levensverwachting verlengende ingreep. Het voorkomt ongewenste nestjes, schijnzwangerschap en baarmoederontsteking, en verkleint de kans op melkkliertumoren, suikerziekte en acromegalie. Wij adviseren om de teef te steriliseren en wel na de eerste loopsheid. Sterilisatie kan ingepland worden vanaf 63 dagen na de laatste dag van de laatste (en dus bij voorkeur eerste) loopsheid.

Waarom zou ik mijn teef niet laten steriliseren?

Na een sterilisatie kan de teef geen pups meer krijgen. De wens om met de teef te fokken is dan ook de belangrijkste reden om haar (nog) niet te laten steriliseren. Een kleine kans op incontinentie en/of vachtstructuurveranderingen kan ook reden zijn de teef niet te steriliseren. Deze incontinentie is veelal van hormonale aard en zo nodig met een hormonale therapie te ondervangen. De vachtstructuurveranderingen zijn rasspecifiek: hier dient u zelf de voor- en nadelen af te wegen.
Het narcoserisico wordt ook wel aangehaald als reden om de sterilisatie niet preventief uit te voeren: houd er echter rekening mee dat wanneer de teef één van bovengenoemde ziektes krijgt, danwel om andere reden op latere leeftijd gesteriliseerd wordt, het narcoserisico vaak groter is!

Mijn hond is loops geworden. Kan de sterilisatie dan wel doorgaan?

Nee, het is onverstandig om een teef tijdens de loopsheid te steriliseren. Het risico op bloedingen bij sterilisatie in de loopsheid neemt flink toe, omdat de eierstokken en baarmoeder dan veel meer doorbloed zijn. Als de teef in de loopsheid gesteriliseerd wordt zien we na de ingreep ook vaak een (voor de hond ongewenst) lange periode van schijndracht. De sterilisatie wordt dus best 2 a 3 maanden uitgesteld.

Moet ik mijn reu laten castreren?

Uitgangspunt is dat u een reu niet laat castreren, tenzij er een reden voor is! Grofweg zijn er drie redenen die aanleiding kunnen zijn tot castratie van uw reu: prostaatproblemen, voorhuidontsteking en gedragsproblemen.

Met toenemende leeftijd van de reu neemt ook de omvang van de prostaat toe. Omdat dit slechts bij een klein percentage van de reuen tot klachten leidt, is er geen enkele reden om uw hond hiervoor preventief te laten castreren. Als er op latere leeftijd toch prostaatklachten optreden, kan dan de castratie worden uitgevoerd.

Zodra een reu seksueel actief wordt treedt geregeld ook een bacteriële voorhuidontsteking op. Deze ontsteking herkent u aan een groengelige pussige uitvloeiing. Als er bij inspectie geen afwijkingen aan de voorhuid worden gevonden, kan castratie deze symptomen veelal verminderen of oplossen. Helaas geldt dit niet voor alle reuen. Een tijdelijke chemische castratie is dus aan te raden. Bij gebleken effect kan tot een permanente chirurgische castratie worden overgegaan.

Wellicht de meest omstreden reden om een reu te castreren zijn gedagsproblemen. Uiteraard kan het testosteron leiden tot overmatig of ongewenst seksueel gedrag, en soms een erg dominante houding. Maar er zijn meerdere zaken die het gedrag van uw hond bepalen en dus kunnen bij sommige honden juist gedragsproblemen ontstaan of verergeren na castratie! Daarnaast wordt het (ongewenst) seksueel gedrag na enige tijd vaak ook aangeleerd gedrag. Het gedrag is dan onafhankelijk van het testosteron, zodat een kwart van de honden het seksueel gedrag nog steeds vertoont na castratie. Ook hier geld dus dat een tijdelijke chemische castratie is aan te raden om te beoordelen of castratie leidt tot gewenst effect. Overigens is het verstandig om in geval van probleemgedrag ook training te volgen bij een hondengedragsdeskundige.

Een speciale categorie betreft de cryptorche reu. Hierbij is de testikel (of zijn beide testikels) niet ingedaald tot in het scrotum. De aandoening heeft een overerfbare achtergrond, derhalve is castratie aanbevolen. Wanneer de testikel zich nog in de buik bevindt is de ingreep wat ingrijpender dan een normale castratie.

Castratie cryptorche testikel

Waarom zou ik mijn reu niet castreren?

Gedrag van de hond kan een reden zijn om uw hond te laten castreren, maar ook om juist te besluiten dit niet te doen. Sommige honden zullen bij voorbeeld na castratie in toenemende mate angstigheid, en soms angstagressie, ontwikkelen omdat ze het testosteron echt nodig hadden voor hun zelfvertrouwen. Overleg hier over met de dierenarts en/of een hondengedragsdeskundige.

Als u uw reu na de castratie hetzelfde blijft voeren loopt u het risico dat hij te dik wordt. Omdat de stofwisseling langzamer verloopt, heeft uw gecastreerde reu namelijk een lagere voederbehoefte (maar vaak wel een grotere eetlust), Bij gelijk gebleven inspanning heeft uw gecastreerde reu nog circa driekwart van de hoeveelheid voer nodig die het voorafgaand aan de operatie kreeg.
In een enkel geval zal bij bepaalde hondenrassen castratie een ongewenste vachtverandering veroorzaken. In het bijzonder bij honden met een halflange tot lange dubbele vacht kan dit leiden tot een pluizige vacht.

Bij twijfel over het nut en effect van de eventuele castratie kan een tijdelijke chemische castratie worden overwogen. Overleg hierover met de dierenarts.

Wat is het beste moment om mijn kat te laten steriliseren?

Wij raden aan – als u niet met uw kat wilt fokken – uw kat te laten steriliseren tussen de 6 en de 8 maanden leeftijd. De eerste krolsheid is te verwachten op circa 6 – 9 maanden leeftijd. Sterilisatie na de 8 maanden leeftijd biedt dus een grotere kans op ongewenste dracht, maar ook neemt met stijgende leeftijd de kans op melkkliertumoren toe. Voor de 6 maanden leeftijd brengt de narcose grotere risico’s met zich mee.

Bij sterilisatie op een leeftijd van 6 maanden komt het niet vaak voor dat de kat krols is. Staat de sterilisatie al ingepland en is uw kat toch plots krols, laat het de dierenarts dan weten. De eierstokken zijn wat sterker doorbloed gedurende de krolsheid, wat om nog iets meer voorzichtigheid vraagt tijdens de operatie. Maar de krolsheid hoeft géén reden te zijn om de sterilisatie uit te stellen. Sterker nog: als uw kat krols is geworden is het moeilijk om de sterilisatie in te plannen op een moment dat ze niet krols zal zijn! Een kat is namelijk gedurende een dag of 9 krols is en na 2 weken kan alweer de volgende krolsheid optreden. De sterilisatie kan dus gewoon doorgaan.

Op welke leeftijd laat ik mijn kater castreren?

Indien besloten wordt de kater te castreren, dan kan dit vanaf circa 6 maanden leeftijd. Bij voorkeur wordt de castratie pas uitgevoerd zodra de kater uitgegroeid is, zeker in geval van grote rassen (zoals de Maine Coone en Noorse Boskat) waarbij we vaak wachten tot de leeftijd van 1 jaar. Dit verkleint de kans op heupproblemen.

Mijn hond of kat krijgt een narcose, moet hij/zij nuchter zijn?

Om risico’s van een narcose te minimaliseren wordt veelal aan u gevraagd uw huisdier nuchter te brengen. Dit houdt voor ons in: minimaal 8 uur géén vast voedsel. Drinken mag gewoon doorlopend worden aangeboden. Heeft uw hond of kat per ongeluk toch eten gekregen, meld dit dan altijd. We zullen dan moeten afwegen of de ingreep kan doorgaan.

Als uw huisdieren met spoed behandeld moet worden is het dier wellicht niet nuchter. Meldt dit dan altijd. Voor de narcose zal dan een afweging worden gemaakt of het risico van narcose verantwoord is en wij kunnen ons handelen er op aanpassen.

Moet mijn konijn/cavia/hamster ook nuchter komen voor een behandeling onder narcose?

Nee! Deze dieren moeten kunnen blijven eten om te voorkomen dat het maagdarmkanaal tot stilstand komt. Wij zullen dan ook na de ingreep, voor korte of langere tijd, medicatie geven om beweging van het maagdarmkanaal te stimuleren.

Hoe controleer ik het bloedsuikergehalte van mijn hond of kat met diabetes?

Voor de thuisbehandeling en thuiscontrole van uw hond of kat met diabetes krijgt u op de praktijk een individuele trainingsinstructie met uw huisdier. U krijgt een geschreven instructie mee om het thuis nog eens na te lezen. Maakt u gebruik van de Pet-Check Glucosemeter voor de thuiscontrole, lees dan voor gebruik de snelstartkaart (pdf) en handleiding (pdf).
Pet-Check Glucosemeter

Mijn huisdier moet worden gevaccineerd. Moet ik een afspraak maken en waar houd ik rekening mee?

Wij werken bij voorkeur op afspraak, maar voor de vaccinatie kunt u ook terecht op het vrij inloopspreekuur. Tijdens het vaccinatieconsult zal uw huisdier uiteraard ook de gezondheidscontrole krijgen en kunt u met uw vragen bij ons terecht. Verwacht u op voorhand dat een uitgebreider onderzoek noodzakelijk is, dan maakt u best een afspraak.
Ontworm uw huisdier altijd een week voor de vaccinatie! Zo kan na vaccinatie een optimale weerstand worden opgebouwd.
En vergeet niet het dierenpaspoort/vaccinatieboekje van uw huisdier mee te nemen.

Terug naar vorige pagina